Stel: je dakkapel staat in de steigers, maar je aannemer gaat failliet. Wat kun je dan doen als huiseigenaar? Z24 zocht het uit.

Bouwbedrijven hebben veel te lijden onder de gevolgen van de crisis op de woningmarkt. In 2011 gingen er 895 bouwbedrijven failliet, 4 procent meer dan het jaar daarvoor.

Afgelopen dinsdag kondigde Ruiter Dakkapellen, een grote producent en installateur van dakkapellen uit het Noord-Hollandse Ursem, haar faillissement aan.

Het is nog onduidelijk welke gevolgen dit zal hebben voor de klanten van het bedrijf. Donderdag sprak de curator de goede hoop uit voor een doorstart. Begin volgende week wordt hierover meer bekend, aldus een medewerker tegenover Z24.

Volgens Hidde Reitsma van AMS Advocaten uit Amsterdam, zou een doorstart het
beste zijn voor de klanten. “De curator probeert dan vaak de
orderportefeuille te verkopen aan een andere aannemer,” aldus Reitsma. Als
je hier als klant mee instemt, wordt je dakkapel gewoon afgemaakt door een
andere aannemer. Wel wordt door de doorstartende partij vaak bedongen dat
geleden schade door bijvoorbeeld tijdsverlies niet wordt vergoed.

Aannemer failliet

Lukt het echter niet om een doorstart te maken, dan wordt het lastiger om een
bouwproject door te zetten zonder daarbij de portemonnee te trekken. “Elke
dag zie je aannemersbedrijven omvallen. Voor particulieren is dat een
vreselijk gedoe,” licht Hans Turenhout van La Gro Advocaten uit Alphen aan
den Rijn toe. Een zware tegenvaller die kan oplopen in de duizenden euro’s.
Kan je dan een schadevergoeding vragen bij de curator van die aannemer?

Waarschijnlijk niet, zegt Turenhout. Behalve als je een garantieregeling hebt
vastgelegd in het contract, heb je waarschijnlijk geen poot om op te staan.
Het is nog een poging waard om de curator te verzoeken om de verbouwing
binnen een redelijke termijn door te zetten. “Maar die zegt meestal ‘pech
voor je’ en besluit dit niet te doen,” vertelt Turenhout. De curator mag
namelijk bij wet wanpresteren en hoeft dus niet in te gaan om dit verzoek.

Ook als er al wel een bedrag is voorgeschoten, terwijl de aannemer nog niet
eens is begonnen, is het bijna onmogelijk om het geld van de curator terug
te krijgen. “Als er nog niets is gedaan maar er is al 25 procent betaald,
dan heb je gewoon pech,” licht Turenhout toe.

Als laatste redmiddel is het nog mogelijk om een schadeclaim in te dienen.
Door de meerkosten van een nieuwe aannemer bij de curator neer te leggen,
kan je aantonen welk bedrag je extra hebt moeten betalen als gevolg van het
faillissement. Maar ook hier valt niet veel van te verwachten. “In
negenennegentig van de honderd gevallen wordt de schadeclaim niet
toegekend,” aldus Turenhout.

Betalingstermijn afspreken

Duidelijke betalingstermijnen afspreken is volgens Turenhout ‘de truc’ om dit
soort problemen voor te zijn. Zo betaal je niet voor werk dat nog niet is
gedaan en blijft de schade bij een eventueel faillissement minimaal.

Wie bij het afsluiten van een bouwcontract een garantieregeling afspreekt,
staat veel sterker. Particulieren kunnen hun aannemer verzoeken om een
garantieregeling in het contract op te nemen, voordat dit wordt getekend.
Vaak moet de aannemer dan wel aangesloten zijn bij een garantieverstrekker,
zoals bijvoorbeeld BouwGarant.

“De extra kosten die worden veroorzaakt door het faillissement worden door ons
vergoed,” licht Rob de Groot van BouwGarant toe. “Wij betalen dus niet de
oorspronkelijke aanneemsom.” Als bijvoorbeeld de helft van het bouwproject
is afgerond - en betaald - dan moet de tweede helft nog steeds worden
betaald door de opdrachtgever. Alleen de extra schade die is geleden door
het faillissement wordt vergoed.

Garantie verbouwing

Ook de garantie bij de aannemer vervalt als deze failliet gaat. Is er dus iets
mis met je dakkapel die een jaar geleden is geplaatst door een inmiddels
failliete aannemer, dan moet je de problemen zelf oplossen.

Heb je echter een garantiecertificaat van een externe partij - zoals hierboven
beschreven - dan kan het benodigde herstelwerk worden verricht door een
andere aannemer. Bij BouwGarant kan dat nog tot 1,5 jaar na afronding van
het project.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl